|
'Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling' Gepubliceerd: 13-03-2006 De Eerste Kamer heeft op dinsdag 22 februari jongstleden het wetsvoorstel 'Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling' aangenomen. Het wetsvoorstel leidt onder andere ertoe dat de zogenoemde omkeerregel (premies aftrekbaar en uitkering belast) van de VUT en het prepensioen vanaf 1 januari 2006 zal verdwijnen. Minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Eerste Kamer nog de uitdrukkelijke toezegging gedaan dat hij zal bekijken of de invoeringsdatum 1 januari 2006 haalbaar is. Hij zal dit in september beoordelen aan de hand van de resultaten bij CAO-onderhandelingen. Bestaat hierover gerede twijfel, dan volgt uitstel. Staatssecretaris Wijn van Financiën heeft voorafgaand aan de stemming in de Eerste Kamer nog antwoord gegeven op enkele openstaande vragen over de VUT- en de levensloopregeling. Wij noemen hiervan de volgende. - Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) kan wel aan de levensloopregeling deelnemen, maar een zelfstandige zonder personeel (ZZP-er) niet. De levensloopregeling staat namelijk alleen open voor degene die werknemer is in de zin van de loonbelasting. Een DGA is een werknemer voor de loonbelasting maar een ZZP-er niet. - Het tegoed van de levensloopregeling kan onder meer worden aangesproken als financiële overbrugging van een periode van onbetaald verlof. Het opgenomen tegoed wordt dan belast met inkomstenbelasting. De arbeidskorting (maximaal € 1.287, jaar 2005) is daarbij van toepassing. In bepaalde situaties is dat niet het geval zoals bij afkoop. Opmerking Op 26 november 2004 hebben we voor het laatst bericht gehad over het wetsvoorstel nadat de Tweede Kamer het wetsvoorstel met enige moties en amendementen had aangenomen. Nu de Eerste Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen, geven we in het kort de hoofdlijnen nog eens weer. VUT en prepensioen - VUT en prepensioen voor mensen die per 1 januari 2005 jonger zijn dan 55 jaar worden vanaf 1 januari 2006 niet langer via de belasting gefacilieerd. Reeds opgebouwde VUT- en prepensioenaanspraken worden niet aangetast. - Voor werknemers die vóór 1 januari 2005 55 jaar of ouder zijn geworden, blijft de huidige faciliteit bestaan. - Pensioenfondsen moeten vanaf 2006 hun deelnemers informeren over de waarde van hun prepensioen. - Pensioenfondsen krijgen vanaf 1 januari 2006 de mogelijkheid afkoop van prepensioenrechten toe te staan. - Mensen die 40 jaar in een pensioenregeling hebben deelgenomen, mogen door de nieuwe maatregelen vanaf 63 jaar met pensioen. Als deze mensen daarnaast maximaal sparen via de levensloopregeling kunnen zij met 60 jaar stoppen met werken. Levensloop Per 1 januari 2006 komt er een levensloopregeling waarmee werknemers kunnen sparen voor periodes van onbetaald verlof of om eerder te stoppen met werken. - Werknemers kunnen jaarlijks maximaal 12% van hun loon bijeensparen waarbij een absoluut maximum geldt van 210 procent van hun laatstverdiende loon. Dit staat gelijk aan 2,1 jaar verlof tegen het volledige inkomen of 3 jaar tegen 70 procent van het laatste inkomen. Werknemers van 50 jaar en ouder kunnen extra snel sparen. - Na opname van het verlof, mag het tegoed weer volledig worden aangevuld. - Over de inleg in de levensloopregeling hoeft geen belasting te worden betaald. Dit gebeurt pas als het tegoed wordt opgenomen. Er zijn wel premies voor de werknemersverzekeringen verschuldigd. Hierdoor heeft sparen via de levensloopregeling geen gevolgen voor de hoogte en duur van een eventuele WW- of WAO-uitkering. - Werknemers krijgen een extra belastingkorting van maximaal 183 euro per gespaard jaar bij opname van het tegoed. - Werkgevers kunnen meebetalen aan de levensloopregeling van hun werknemers. De werkgever mag daarbij echter geen voorwaarden stellen aan het moment van opname van verlof. Daarnaast moet de werkgever de werkgeversbijdrage ook betalen aan werkn emers die niet meedoen aan een levensloopregeling. - Werkgevers en werknemers kunnen afspraken maken over een collectief contract voor een levensloopproduct met een bank, verzekeraar of dochteronderneming van een pensioenfonds. Deelname aan dit collectieve contract is niet verplicht. - Werknemers moeten jaarlijks kiezen of ze gebruikmaken van de levensloopregeling of de spaarloonregeling. - Werknemers die hun tegoed op de levensloopregeling gebruiken om ouderschapsverlof te financieren, krijgen een belastingvoordeel. Bron: Eerste Kamer, 22-2-2005, nr. 29760; Ministerie van Financiën, 22-2-2005, nr. AFP-2005-00153M Terug naar overzicht |

