|
Wijziging wetgeving VUT: consequenties voor stamrecht en/of sociaal plan? Gepubliceerd: 13-03-2006 Bent u vanaf 1 januari 2005 betrokken bij het ontslag van één van uw medewerkers, dan kan het zijn dat in de besprekingen ter zake van de beëindiging van het dienstverband de eventuele toekenning van een afkoopsom aan de orde komt. Een dergelijke afkoopsom kan als bedrag ineens worden toegekend, maar soms heeft de werknemer de voorkeur voor toekenning van een recht op periodieke uitkeringen (stamrecht). Kiest uw vertrekkende werknemer voor toekenning van een stamrecht, dan is het van groot belang dat u steeds nagaat of dit stamrecht kan worden geraakt door een sanctie die sinds 1 januari 2005 geldt voor toegekende VUT-regelingen. Is sprake van een stamrecht die vervroegde uittreding mogelijk maakt (en is deze geen onderdeel van een pensioenregeling), dan geldt dat u als werkgever over de afstorting van het stamrecht 26% eindheffing bent verschuldigd. Deze eindheffing komt voor uw rekening! Per afzonderlijk toegekend stamrecht zult u moeten nagaan of dit het geval is. Kortom, wordt een stamrecht toegekend en is dit stamrecht eigenlijk bedoeld als alternatief om vervroegde uittreding mogelijk te maken, dan bent u als werkgever over de ontslaguitkering 26% eindheffing verschuldigd. Wij adviseren u dan ook om de toekenning van rechten op periodieke uitkeringen (stamrecht) steeds aan de nieuwe wet- en regelgeving te (laten) toetsen. Bron: Eerste Kamer, 15-2-2005, nr. 29760 Terug naar overzicht |

