|
Ophef over 26% extra belastingheffing over ontslaguitkeringen terecht? Gepubliceerd: 13-03-2006 Staatssecretaris Wijn van Financiën heeft in een persbericht aangegeven, dat de berichtgeving in sommige kranten over de 26% extra belastingheffing over ontslaguitkeringen onjuist is. Op 26 mei jongstleden had hij hierover een besluit gepubliceerd. In de dagbladpers werd bericht dat werknemers met de 26% heffing zouden worden geconfronteerd. Dat is volgens hem onjuist. Niet werknemers maar werkgevers worden in bepaalde situaties geconfronteerd met de 26% extra heffing over de ontslagvergoeding. Dat is het geval als de ontslagvergoeding/gouden handdruk wordt gebruikt om de periode tot aan het pensioen te overbruggen en dus eigenlijk een soort ‘vermomde’ VUT-uitkering is. De staatssecretaris geeft in het persbericht uitdrukkelijk aan dat het besluit geen gevolgen heeft voor ontslagvergoedingen die worden gebruikt om de periode tussen twee banen te overbruggen. Hij noemt hierbij als voorbeeld de ontslagvergoeding bij reorganisatie. Het besluit bevat twee beoordelingscriteria op basis waarvan werkgevers kunnen vaststellen in welke gevallen zij in ieder geval niet met de extra heffing worden belast. Zou volgens het besluit wel sprake kunnen zijn van een verkapte VUT-uitkering, dan heeft een werkgever nog een tegenbewijsmogelijkheid. Hij kan dan aantonen dat de regeling, op basis waarvan de ontslaguitkeringen worden gedaan, een ander doel heeft bijvoorbeeld vanwege een reorganisatie. Verder geeft de staatssecretaris aan dat als een bedrijf alle werknemers ontslaat, het niet moeilijk zal zijn om bij de inspecteur aannemelijk te maken dat het doel van de regeling een reorganisatie is en niet een vervroegde uittreding. Bij een regeling waarbij alle werknemers van 58 jaar en ouder worden ontslagen, is het volgens de staatssecretaris veelal duidelijk dat er eigenlijk sprake is van een VUT-uitkering. Ook op een andere wijze probeert de staatssecretaris de gerezen ongerustheid weg te nemen. Ontslagvergoedingen komen vaak tot stand op basis van de ‘kantonrechtersformule’ (uitgangspunt in deze formule is één maandsalaris per dienstjaar). Volgens de staatssecretaris zijn vrijwel alle ontslagvergoedingen die met deze formule worden vastgesteld, op basis van het besluit geen VUT-regeling en zullen dus niet extra worden belast. Bron: Ministerie van Financiën, 1-6-2005, nr. 2005-074 Terug naar overzicht |

