|
Antwoorden op veelgestelde vragen over de levensloopregeling Gepubliceerd: 13-03-2006 Op 1 januari 2006 treden de wijzigingen van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (hierna Wet VPL) in werking. Deze datum komt rap dichterbij. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarom op zijn website antwoord gegeven op een aantal veelgestelde vragen over de levensloopregeling. Het Ministerie geeft nu onder meer de volgende antwoorden: - Een werkgever is niet verplicht om een collectieve regeling aan te bieden voor de uitvoering van de levensloopregeling. Hij moet een werknemer wel in staat stellen om (individueel) te kunnen deelnemen aan de levensloopregeling, omdat dat een wettelijk recht is van de werknemer. Als een werkgever een gunstige collectieve regeling aanbiedt, is de werknemer niet verplicht om daaraan deel te nemen. - Een werknemer is tijdens de periode dat hij verlof opneemt in beginsel niet verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen ZW en de WAO, omdat hij gedurende de periode van verlof geen loon ontvangt en daardoor geen premies voor deze verzekeringen betaalt. Hij ondervindt hiervan geen nadeel. Als een werknemer na afloop van de verlofperiode (nog steeds) ziek of arbeidsongeschikt is, is hij vanaf dat moment toch verzekerd voor deze verzekeringen en heeft hij recht op een eventuele uitkering. Een werknemer is gedurende de verlofperiode wel verzekerd voor de WW omdat het dienstverband volgens deze wet niet is geëindigd. - Werknemers die op 1 januari 2005 ouder zijn dan 55 jaar, maar niet deelnemen aan een VUT- of prepensioenregeling, kunnen niet gebruikmaken van de mogelijkheid om versneld te sparen binnen de levensloopregeling. Het versneld sparen geldt alleen voor 50-55 jarigen, omdat zij geen gebruik kunnen maken van het overgangsrecht voor de VUT/prepensioen. Voor werknemers die niet deelnemen aan een VUT- op prepensioenregeling verslechtert de situatie door de Wet VPL niet en zij behoeven dus geen compensatie. - Zelfstandigen kunnen niet deelnemen aan de levensloopregeling, maar directeuren-grootaandeelhouders wel. Het Ministerie meldt overigens ten onrechte dat de motie Bussemaker/Verburg om voor 1 januari 2006 een levensloopregeling voor zelfstandigen te treffen, niet is aangenomen. De Tweede Kamer heeft de motie wel aangenomen. Het kabinet is echter geen voorstander van deze motie. De Tweede Kamer heeft overigens wel een amendement met soortgelijke strekking als de motie van hetzelfde Tweedekamerlid verworpen. Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 25-10-2005 Terug naar overzicht |

